|
terug
Zen in de Zendo
Voor iedereen die zazen komt beoefenen bij Zengroep 'Oshida' volgt hier een korte beschrijving van de gang van zaken. Voor een meer inhoudelijke aanduiding zie de link 'Zen in Woorden' op de hoofdpagina. Termen gemarkeerd met een asterix (*) worden onderaan deze tekst verklaard.
Tijdens zazen en kinhin bewaren we stilte, ook in de aangrenzende ruimten: trappen en hal. Schoeisel wordt in de hal beneden achtergelaten. Wees op tijd aanwezig, liefst tien minuten voor de aanvang. Bij het betreden en individueel verlaten van de zendo* maak je een buiging met de handen gevouwen in gassho*; ieder neemt z'n plaats in bij een zitkussen (zafu), bankje of stoel en wacht staande op het teken van de voorzit(s)ter. Dan maak je een buiging met de handen in gassho en je gaat zitten.
Het begin van de eerste zitperiode wordt met houten kleppers aangegeven; elke zitperiode wordt verder ingeluid door drie tikken op de klankschaal. De duur van de zitperiodes is 25 minuten, respectievelijk 20 minuten (de derde van drie opeenvolgende zitperiodes). Het einde van een zitperiode wordt aangegeven door twee tikken wanneer loopmeditatie of kinhin volgt; volgt er geen kinhin, dan door één tik op de klankschaal. Het einde van de gehele ochtend (op zaterdag) wordt aangegeven met één slag op de gong. Na het signaal waarmee het einde van de zitperiode wordt aangegeven maak je, terwijl je nog in de zazenhouding zit, een buiging en je staat op. Staande maak je op een teken van de voorzit(s)ter opnieuw een gassho. Indien kinhin volgt maak je een kwartslag naar rechts of links, afhankelijk van de zitplaats in de zendo. Dit is het moment dat deelnemers de zendo kunnen verlaten.
Kinhin is een bewegende voortzetting van zazen; het is loopmeditatie die we gezamenlijk beoefenen. Je loopt op het ritme van de ademhaling, met de handen tegen de borst in de vorm van shashu* of isshu*, en je houdt met aandacht ongeveer gelijke afstand tot degene die voor je loopt. De passen zijn klein, eigenlijk niet groter dan de lengte van één voet. Begin en einde van kinhin wordt door de voorzit(s)ter aangegeven met de houten kleppers.
Om de bloedcirculatie extra te stimuleren kan na enige tijd met de kleppers een teken worden gegeven met de mededeling "snelle kinhin" of "kinhin snelle pas". Het tempo wordt aanzienlijk versneld, waarbij je met de handen tegen de borst blijft lopen. Aan het einde van kinhin begeeft ieder zich in normaal wandeltempo en de looproute volgend weer naar zijn/haar plaats terug.
Bij Zengroep 'Oshida' kun je altijd gedurende kinhin binnenkomen of vertrekken. Tijdens de kinhinperiode wordt de voordeur geopend en is het voor nieuwe deelnemers mogelijk aan te sluiten. De deur van de zendo blijft tijdens die periode open staan. Bij binnenkomst in de zendo sluit je meteen aan in de kinhin-rij. Alleen wanneer je niet aan kinhin mee kunt doen ga je aan de kant zitten. Als het teken tot beëindiging van kinhin is gegeven wachten de nieuwkomers aan de deurzijde tot de anderen hun plaatsen hebben ingenomen en zoeken dan een plaats voor zichzelf.
Regelmatig wordt ieders houding tijdens het zitten van een referentiepunt voorzien met behulp van de aanmoedigingsstok, de kyosaku, een lange platte lat. Deze lat wordt in loodrechte verticale stand tegen de rug gehouden, en je kunt je houding daaraan toetsen door er zacht contact mee te zoeken bij het stuitje, tussen de schouderbladen en bij het achterhoofd. Forceer je houding niet, laat je hoofd niet achterover hangen om toch maar de stok te raken. Gebruik de stok als referentie om met souplesse je houding te controleren. Een essentieel punt van zazen is het goed met de rug rechtop zitten. De stok kan daarbij helpen.
Soms houdt een voorzit(s)ter een korte teisho*, meestal aan het begin van de derde zitperiode. Gastsprekers doen dit na de pauze om 11.00 uur.
Gassho: letterlijk de handpalmen tegen elkaar; de handen voor de borst gevouwen met vingers en handpalmen tegen elkaar, de vingertoppen op neushoogte, de onderarmen parallel met de grond, de oksels vrij, de schouders ontspannen. Het voorover buigen gebeurt enkel vanuit het middel.
Shashu: handen tegen de borst, net onder het borstbeen; de linkerhand vormt een vuist, met de duim aan de bovenzijde en naar binnen gevouwen (de rug van de hand wijst dus naar voren): de rechterhand omklemt (met de duim rustend op de linkerduim) de linkerhand. De onderarmen zijn evenwijdig met de grond, de oksels vrij en de schouders ontspannen.
Isshu: handen tegen de borst, net onder het borstbeen; de linkerhand vormt een vuist met de duim naar de borstzijde en naar binnen gevouwen (de rug van de hand wijst dus naar boven): de rechterhand rustend op de linker. De onderarmen zijn evenwijdig met de grond, de oksels vrij en de schouders ontspannen.
Zendo: afkorting van zendojo, d.w.z. plaats waar de zenweg beoefend wordt. In ruimere zin is dit alles altijd en overal; in engere zin wordt er de meditatieruimte mee aangeduid.
Teisho: zenvoordracht, gelegenheid waarbij iemand direct en concreet z'n zenervaring presenteert.
terug
|